Nooit uitgelezen

Een van de hoogtepunten van het afgelopen jaar was voor mij de publicatie van Uitgelezen van Janine Janssen. In deze bundel bracht ze besprekingen samen van boeken die relevant zijn voor hedendaagse professionals in de politiepraktijk en de veiligheidszorg. Tijdens de presentatie bij boekhandel Douwes in Den Haag wijdde ik op verzoek van Janine enkele gedachten aan de relatie tussen auteur en uitgeverij. Wat volgt, is hierop gebaseerd.

De uitgeverij zoals wij die in Den Haag zo goed mogelijk vorm proberen te geven, heeft voor de auteur met name een dienende en ondersteunende functie bij het schrijven en maken van boeken, tijdschriften en digitale producten. Het gaat namelijk niet om de uitgeverij, het gaat om de auteurs, om hun publicaties, hun ideeën. Zonder auteurs geen uitgeverij.

In de afgelopen tien, twintig jaar hebben verschillende ontwikkelingen ervoor gezorgd dat de wetenschappelijke uitgeverij nog veel duidelijker dan in het verleden haar toegevoegde waarde moet bewijzen. Enkele van deze ontwikkelingen, slechts ten dele van technische aard, zijn digitalisering, internationalisering, self-publishing en open access. Maar ook het steeds groter wordende belang voor wetenschappers van publicaties in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften, wat voor hen ten koste gaat van de bereidheid en aantrekkelijkheid om aan boekpublicaties bij te dragen, laat staan in je eentje een heel boek te schrijven.

Dit zijn ontwikkelingen die de relatie tussen auteur en uitgeverij in meer of mindere mate ingrijpend hebben gewijzigd. In de kern is deze relatie volgens mij echter niet veranderd. Het gaat nog steeds om vertrouwen, over en weer, over het gevoel dat de auteur moet hebben dat de uitgeverij prudent omgaat met haar of zijn teksten, met het auteursrecht, met de inkomsten et cetera. Vroeger was de toegevoegde waarde van de uitgeverij veel duidelijker. De uitgever had vaak een zetterij, een drukkerij en soms ook boekhandels. Dus voor de productie en verspreiding van teksten was de auteur simpelweg aangewezen op de uitgeverij. In de loop der tijd zijn deze activiteiten versnipperd geraakt en de mogelijkheden om deze zelf te verzorgen – denk aan de tekstverwerker, opmaaksoftware, printers, het internet – zijn voor auteurs onder handbereik gekomen.

Waarin bestaat dan nog wel de toegevoegde waarde van de uitgeverij? De uitgeverij verzorgt allereerst de selectie (onder andere door het organiseren van het reviewproces) en vervolgens de correctie van de teksten, de opmaak en de vormgeving, de productie van de papieren en digitale exemplaren, de digitale ontsluiting, de marketing & promotie en de distributie. Dit zijn los van elkaar activiteiten die de auteur ook zelf kan doen of kan laten doen. Maar de uitgeverij is daarin in de regel beter en handiger, kan dit efficiënter verzorgen. De auteur kan zich hierdoor concentreren op datgene waarin zij of hij goed is: het doen van onderzoek en het schrijven van op dit onderzoek gebaseerde wetenschappelijke teksten.

De toegevoegde waarde van de uitgeverij voor auteurs kan worden samengevat met de – volgens sommigen erg lelijke, excuses daar dan voor – aanduiding ‘ontzorgen’: de uitgeverij neemt de auteur zo veel als mogelijk taken uit handen. Daarnaast zit deze waarde in de begeleiding van de auteur: het fungeren als klankbord en het proberen de auteur te inspireren door het delen van eigen ideeën. Wat wij binnen Boom uitgevers Den Haag zeker ook als toegevoegde waarde zien, is het in samenspraak met de auteur komen tot de ideale vorm voor het product, zowel van binnen als van buiten.

Vooruitkijkend naar het nieuwe jaar spreek ik tot slot graag de wens uit dat we als auteurs en uitgeverij gezamenlijk onze relatie voortzetten en veel belangwekkende publicaties en feestelijke presentaties mogen meemaken.

Meld u hier aan voor de blog-nieuwsbrief en ontvang bericht wanneer de volgende blog verschijnt!

Geef een reactie

Your email address will not be published.